Mantelzorgers vinden het vaak moeilijk hulp te vragen

23 september 2014 | 10:41

18 September 2014 is een rapport verschenen van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) over de mogelijkheden en grenzen van (meer) informele hulp. In dit rapport kwam naar voren dat mantelzorgers het vaak moeilijk vinden om hulp te vragen.

Mantelzorgers vinden het vanzelfsprekend om hulp te geven. Ze geven hulp vanwege de band die zij hebben, omdat zij dichtbij wonen of omdat zij meer tijd hebben dan een ander. Wel geven veel mantelzorgers aan dat zij het gevoel hebben er alleen voor te staan. Ze vinden het moeilijk de hulp met anderen te delen. Ze willen anderen niet belasten met een hulpvraag of beseffen niet dat ze hulp nodig hebben.

Geef mantelzorgers tijdig goede ondersteuning Mantelzorgers – en dan vooral de overbelaste helpers – zijn nog onvoldoende in beeld bij organisaties en gemeenten die steun kunnen bieden. Volgens de gespreksdeelnemers kunnen huisartspraktijken, beroepskrachten in de (thuis)-zorg, sociale wijkteams en maatschappelijke organisaties overbelasting helpen voorkomen. Ze kunnen mantelzorgers ondersteunen bij het stellen van grenzen en met het vragen van hulp aan anderen. Beroepskrachten moeten hiervoor wel de kennis hebben en de ruimte krijgen. Het ontwikkelen van methodiek waarmee het netwerk in beeld komt en cursussen kunnen beroepskrachten helpen meer oog te krijgen voor de behoeften van mantelzorgers.

Daarnaast moet goede ondersteuning, zoals lotgenotencontact of psychosociale hulp, laagdrempelig beschikbaar zijn. Verreweg de meeste gemeenten bieden ondersteuning, maar dat betekent nog niet dat degenen die dat nodig hebben er gebruik van maken. Mantelzorgers (h)erkennen vaak niet dat ze hulp nodig hebben, kennen lang niet altijd het aanbod of lopen tegen bureaucratische procedures of wachtlijsten aan.

Bron: SCP-publicatie 2014-27, publicatie Hulp geboden; Een verkenning van de mogelijkheden en grenzen van (meer) informele hulp, Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau, september 2014